Het adviesgesprek

Woensdag 1 maart was het dan eindelijk zover: het adviesgesprek. Eindelijk hoorde ik of de psycholoog ook denkt wat ik vermoed. Namelijk, ADHD. Het was hartstikke spannend. Wat als ze zeggen dat er niets is? Dat ik volkomen normaal ben? De klachten die ik heb zijn toch zeker erg genoeg om hulp bij te krijgen? Waarom werkt tot nu toe niets dan? Wat dan?

Het verlossende antwoord

Ik ga de spreekkamer binnen, na een tergende 10 minuten in de wachtkamer te hebben zitten zenuwpezen. 100 gedachten schieten pijlsnel door mijn hoofd. Wat als het niets is? Ben ik het dan zelf schuld? Waar moet ik dan hulp zoeken? Oh, dan ben ik zeker een aandachtstrekker, een drama queen, een prinses. Maar wat dan? Stel ik me gewoon aan? Ja, dat moet het zijn. Ik stel me aan. Zie je wel. Nee, ik stel me niet aan. Doe normaal. Enfin, je snapt wat er in mijn hoofd gebeurde. 

De psychologe loopt nog even met me na wat we hebben besproken in de intake. Zeker goed, maar het enige wat ik wil weten is wat zij nou denken. En dan is het verlossende antwoord daar. Zij vermoeden ook ADHD!

ADHD, en nu?

Nou, omdat ADHD soms best wel lijkt op ASS (autisme spectrum stoornis), willen ze daar ook naar kijken. Het is soms lastig om ze uit elkaar te houden. Een paar kleine dingen die ik noemde passen namelijk beter bij ASS, maar het hoeft niet. Vooral de prikkelgevoeligheid en mijn behoefte aan structuur. Verder paste ik in het ADHD vakje. De wachtlijst voor de ASS is minstens een jaar (!). Om zekerder te weten of het zin heeft om op deze lijst te staan, gaan we met een van mijn ouders al een gesprek voeren. Dat gesprek gaat dan bijvoorbeeld over mijn jeugd en is net zoals ze doen bij een ASS-diagnose. Zo weten we beter of er een echt vermoeden is van ADHD én ASS, of alleen ADHD.

Medicijnen?

Tja, uh, die slikte ik al. Al sinds december. In december ging het namelijk he-le-maal niet goed. Ik stond al op de wachtlijst voor de intake, maar ik trok het niet meer. Er kwam zoveel op me af in die periode dat ik iedere avond een paniekaanval had. Het lukte niet om te ontspannen, wat ik ook probeerde. Toen ik een paniekaanval kreeg tijdens mijn werk, zonder aanleiding, vond ik het genoeg geweest. Ik belde mijn huisarts en vroeg om iets dat me uit die paniekaanvallen zou helpen.

In eerste instantie kreeg ik niets. Ik moest maar gaan praten met de POH. Twee dagen erna heb ik smekend aan de telefoon gehangen voor oxazepam. Het ging gewoon niet. Iets waarvan ik wist dat mensen slikken bij paniekaanvallen, maar wat ik nog nooit had gebruikt in al mijn +10 jaren met paniek. Ik was gewoon op. Ik functioneerde niet meer… met hun ‘ga maar praten’ (kan er nog boos om worden). 

Ik heb de oxazepam één keer gebruikt. Het hielp zeker. Daarna durfde ik niet meer, want ik was bang voor verslaving. Ik heb ze zonder informatie meegekregen en ik wist niet wat ik ermee aan moest. Toen ging ik even naar een andere huisarts voor wat informatie. Ik kwam binnen, ging zitten. De huisarts was wat ouder en ik had deze nog nooit gehad. De HA keek mij aan en zei: ‘meid. Ik heb je dossier even snel bekeken en uit dat en wat jij hier net vertelde, mag je van mij ritalin proberen want de kans is groot dat je ADHD hebt’. Zat ik dan met mijn mond vol tanden, klaar om mezelf wéér te moeten verdedigen. Niet nodig dus. God, wat was ik opgelucht dat iemand me eindelijk zag.

Nee, dat mag eigenlijk niet. Medicijnen zonder diagnose. Dat weet ik, dus ik hoef er geen commentaar op. Thanks. Nood breekt gewoon wet en nood was er. Ik kan nu namelijk wel zeggen dat ik al 12 weken geen paniekaanval heb gehad. Met je ‘maar dat mag niet’. 

En dat was ‘m dan.

Voor nu gaat het goed. Het is wennen als je ineens mensen hebt die je geloven. Ik hoef me niet meer te verdedigen voor hoe mijn hoofd werkt. Het helpt als je weet in welk vakje je moet kijken voor tools die helpen, want dan kun je ook de goede tools toepassen. Ik ben ook een stuk milder naar mezelf, want ik kan aan sommige dingen gewoon écht niets doen. Misschien. Want een officieel papier moet nog komen. Tot dan durf ik gewoon niet met volle overtuiging te zeggen: dit is het! Zelfs al voel ik aan mijn water van wel. 

Het is een beetje een lange blog geworden dus als je hier bent: dankjewel voor het lezen! Ik hoop dat je het leuk vond, of dat je er herkenning in kon vinden. Labels zijn oké. Ze helpen. Ze definiëren je niet. Maar ze zijn ook eng. Want zelfs al maakt het ons niet uit of je een label hebt of niet, toch zullen er mensen zijn die je erop beoordelen. En precies daarom deel ik het. Met trillende handjes, want pfoe wat is dit eng. 

Dankjewel voor het lezen <3

Oh, en wil je me wat vragen hierover? Je mag altijd een comment achterlaten onder de blog of me een DM sturen op Instagram (@projectlorin).

Project
Lorin

2 reacties

  1. “God, wat was ik opgelucht dat iemand me eindelijk zag.” Gaf me een brok in m’n keel. Het is zó oneerlijk dat wij, mensen die mentaal niet helemaal met de rest van de wereld meedraaien, moet schreeuwen om gezien te worden. Maar oh boy als iemand ons dan eindelijk ziet!
    Heel veel succes lieve Lorin, de eerste stap is gezet. Nu de volgende honderd!😘

    • We gaan voor steeds weer een beetje minder taboe en vooroordeel! Steeds een beetje meer ‘gezien worden’ en laten zien dat mentale zorgen je niet anders of minder maken 💪

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *